Video of tekst

Video of geschreven tekst?

Regelmatig hoor ik van potentiële klanten dat ze geschreven tekst ondergeschikt willen maken aan video’s. ‘Niemand leest meer online’ en ‘ik ben geen kei in goede teksten schrijven’ zijn een paar veel voorkomende meningen. Natuurlijk, video is een heel belangrijke werkvorm bij e-learning. Het is visueel en mits goed gedaan, kan het in korte tijd veel informatie overbrengen op een gemakkelijk te consumeren manier. Maar tekst speelt nog altijd een hele grote rol bij het overdragen van kennis.

Laat ik even vooropstellen dat ik er van uit ga dat de cursisten die jouw e-learning content bestuderen, volwassenen zijn.  Ze hebben de training nodig of willen deze graag volgen om zichzelf persoonlijk of beroepsmatig te verbeteren.

Ze hebben niet veel tijd en verwachten dat ze snel de oplossing voor hun probleem vinden in jouw training. Het is dus heel belangrijk om op een toegankelijke manier te schrijven. Hieronder geef ik een aantal tips voor inspirerend taalgebruik.

 

Tip 1: Is het relevant?

Als je content schrijft, vraag je dan steeds af: is dit onderwerp, deze alinea, deze zin relevant voor het te behalen leerdoel? Door jezelf deze vraag te stellen zorg je ervoor dat je niet onnodig uitweidt. In je enthousiasme voor het onderwerp – en omdat je er als expert zoveel vanaf weet – ben je soms geneigd om door te draven.

 

Tip 2: Is het snel te scannen?

We zijn gewend om online te focussen op titels, subtitels en vetgedrukte woorden.

Door korte zinnen te maken, de tekst op te delen in paragrafen, voldoende wit-ruimte te gebruiken en opsommingslijstjes in te zetten, maak je de tekst veel toegankelijker.
(maar ….. niet teveel opsommingslijsten op je PowerPoint dia’s s.v.p.)

 

Tip 3: Is tekst hier beter dan een afbeelding?

Je kent vast de uitspraak: “Een plaatje zegt meer dan 1000 woorden”. Door afbeeldingen aan je tekst toe te voegen wordt deze toegankelijker. Denk ook eens aan een Infographic, waarbij je tekst en grafische afbeeldingen combineert.

 

Tip 4: Schrijf zoals je praat

Academische verhandelingen zijn in een live college nog wel te verwerken. Maar als je cursist zich online door een brij van abstracte, met vakjargon doorspekte, teksten moet heen worstelen, geven ze het vaak snel op.

Hoe dan wel?

Schrijf alsof je tegen iemand spreekt. Hou het luchtig en gebruik “Jip en Janneke” taal zonder kinderachtig te worden. Ga er niet van uit dat je cursist alle vaktermen kent en dat afkortingen “normaal” zijn. Wil je ze toepassen in je tekst, leg dan zo nodig kort uit wat ze betekenen. Het mooiste is als je zó schrijft dat de cursist zich meteen een beeld kan vormen. De teksten zelf worden meestal niet onthouden, maar de bijbehorende beelden in hun hoofd wel.

 

Tip 5: Gebruik ‘actieve’ zinnen

Actieve zinnen zijn krachtiger en gemakkelijker te lezen dan passieve zinnen.
Hoe herken je het verschil?

Passieve zinnen bevatten veel hulpwerkwoorden, zoals: worden, zullen, hebben, kunnen.
Je ziet ook vaak het woordje “door” in een passieve zin.

 

Een voorbeeld:

De klant wordt door de verkoopster goed geholpen (=passief)
Dezelfde zin, maar dan in actieve vorm:
De verkoopster helpt de klant goed.

 

Samenvatting:

Naast video en afbeeldingen speelt tekst nog een belangrijke rol binnen e-learning. Je kunt je cursisten inspireren (of juist niet) door goed taalgebruik. Als je zoveel mogelijk de bovenstaande tips in je teksten verwerkt, zul je de cursisten inspireren en haken ze niet snel af.

Hoe zou je het vinden om je EIGEN online trainingen te maken waarmee je je bedrijf kunt opschalen? Doe dan mee met de eendaagse virtuele workshop “Je Eerste E-Learning Programma“. In één dag de hele opzet van je online training klaar!

 

 

 

 


Geef een reactie